De liefde voor het podium zit er al van heel vroeg in. Eerst als scholier met de jaarlijkse schoolvoorstellingen, dan als student bij het gezelschap van de Letteren en Wijsbegeerte : “Mania Deliria”. Mijn eerste grote rol was die van Salieri in Peter Shaffers “Amadeus”, gespeeld in de originele taal. Het gezelschap pakte ook Sartre (“Huis Clos”), Lorca (“Yerma”) en Sophocles (“Elektra”) aan. Ik was ook af en toe gelegenheidsacteur voor eindwerken van studenten aan de Erasmus Hogeschool Rits. Dat bracht me ook naar “De Werf” in Brugge en het “Arca” in Gent.

Ook op het werk (Frank stond lang voor de klas, ook een podium nietwaar?) kon ik het vaak niet laten de kinderen warm te maken voor de beginselen van beweging, uitspraak en samenspel of geef ik gitaarles aan would-be muzikanten. Er is altijd een slingerbeweging geweest tussen de liefde voor het theater en de liefde voor muziek en beeldende kunst. Het was trouwens op school dat ik werd aangesproken door een collega met de vraag of ik het niet zag zitten om bij Klokke te komen. De theatermicrobe begon weer te kriebelen. Mijn eerste rol bij Klokke was die van vader Elpidius in “De Zelfmoordenaar” (Nicolaj Erdman) in een regie van Luc De Ruelle. Dan kwam de rol van Ilya in “Een ogenschijnlijk toevallige samenloop van omstandigheden” (Knarf Van Pellecom) in een regie van Freddy Claeys en Gaetan in “Martino” (Arne Sierens) opnieuw in een regie van Luc De Ruelle. Gesterkt door deze ervaringen en door de goede groepsgeest in het gezelschap wou ik iets proberen waar ik al vaak van gedroomd had, namelijk zelf regisseren. Dat werd “De Nacht van de Leguaan” van Tennessee Williams voor de winterproductie van 2007-2008. Het was een ervaring die zeker naar meer smaakte.

Vervolgens speelde ik de mannelijke hoofdrol - Filips van Bourgondië - in "Bloed en Liefde"(Godfried Bomans) in een regie van Freddy Claeys. Daarna kwam de rol van Herman in "Alles voor de tuin" (Edward Albee)in een regie van Erik Bonne en de rol van Mike in "Het geheugen van water" (Selagh Stephenson) opnieuw in een regie van Luc Deruelle.

Ondertussen zat ik te broeden op iets nieuws, weg van het klassieke repertoire. Ik wou voor Klokke iets volledig eigen bedenken, a.h.w. op maat gemaakt voor de acteurs. Dat werd dan uiteindelijk de sprookjesbewerking : "Roodkapje, Doodkapje, Blootkapje en The Making Of".

Klokke kreeg een heleboel nieuwe leden de afgelopen jaren. Zoveel zelfs dat ze nooit allemaal een rol kunnen toebedeeld krijgen in de gewone seizoensproducties.  Dus werd er een parallelproductie op poten gezet. Maar welk stuk gekozen voor meer dan tien spelers? Ik dacht 'we maken van de nood een deugd' en begon losse stukjes en sketches te schrijven. Dit resulteerde dan uiteindelijk in "De Bonte Coup" dat ongegeneerd voor de lach ging.

Ondertussen schreef ik ook volop aan het tragikomische "Happy End". Dit stuk regisseerde ik voor Klokke in mei/juni 2012. Het is een verhaal van een man die worstelt met zijn midlife crisis en die flirt met de dood. Het werd een zeer gesmaakt stuk zowel bij het publiek als bij de spelers.

Na een voorstelling van "Happy End" werd ik aangesproken door Piet Vandriessche van "'t Olsenaarke" met de vraag of ik hun volgende productie wou regisseren. We zijn op zoek gegaan naar een stuk voor het grotendeels vernieuwde ensemble. Dat werd dan "Zomerdagdroom" of "The Seven Year Itch" van George Axelrod. Een stuk dat onsterfelijk gemaakt werd door de verfilming met de legendarische Marilyn Monroe. Het was een leerrijke ervaring om eens met een ander gezelschap aan de slag te gaan.

December 2014 kreeg ik nog eens de kans om bij Klokke mijn nieuw stuk "Oorlog en Onvrede" te regisseren. Deze satire over de menselijke aard in crisissituaties viel zeer goed bij spelers en publiek. Het stuk bleek ook op het goede moment te komen qua tijdsgeest.

Een jaar later, december 2015, gingen we terug in het verleden met een thriller uit lang vervlogen tijden : "De Spooktrein" van Arnold Ridley. Op de BBC heb ik hierover iemand horen zeggen : "Het ideale kerstgeschenk voor thrillerliefhebbers". Zo was het ook. In deze productie kon ik me helemaal uitleven met openklappende deuren, akelige geluidseffecten en mysterieuze sfeerschepping.

In 2016 kwam "Calendar Girls" van Tim Firth aan de beurt. Een feelgood komedie over gewone huisvrouwen die een naaktkalender maakten voor het goede doel.


In de winter van 2017 koos ik voor "Baal" van Bertholt Brecht. Aan de vooravond van het eeuwfeest van Brechts eerste stuk gooiden we ons met volle overgave op de ruwe poëzie van dit tijdloze stuk over een geniale dichter/zanger die rücksichtlos zijn ondergang tegemoet gaat. Voor mij persoonlijk was dit een zeer intense en fantastische ervaring.

In de eerste helft van 2018 ging ik nog eens buitenshuis regisseren. Voor gezelschap 'De Platte Beurzen' in Oosterzele heb ik "Den Trouw" van John Lammertijn op de sporen gezet. In de winter van 2018 ging ik terug naar Klokke om de sfeervolle thriller "Beau Rivage" van George Batson te regisseren.

In 2019 pak ik nog eens uit met een eigen creatie : het absurde "Bel Gonfio".